Hoe werkt een cilinderslot?

Hoe werkt een cilinderslot?

Cilinders kun je onderverdelen in cilinders met een kartelsleutel en cilinders met een platte sleutel. Voor de werking van een cilinder worden stiftjes gebruikt, ook wel “pallen” genoemd.

Bij een cilinderslot met een kartelsleutel zitten pallen boven- en onderin de cilinder. Zodra de sleutel in het sleutelgat gestoken wordt, is het de bedoeling dat de bovenzijde van deze pallen allemaal op dezelfde lijn liggen. Dan past de sleutel op de cilinder. Wanneer dat niet het geval is, blokkeren de pallen de cilinder en is het niet mogelijk de cilinder rond te draaien. De sleutel past dan niet op de betreffende cilinder.

Bij een platte sleutel werkt de cilinder in principe hetzelfde als bij een kartelsleutel. De gaatjes in de sleutel kan je dan zien als de kartels. Bij duurder uitgevoerde cilinders zitten tevens pallen aan de zijkant.

Wanneer de cilinder draait wordt er een lip meegenomen. Deze lip noemen we “meenemer”. De meenemer bedient het cilinder-insteekslot, waardoor de dagschoot ingetrokken kan worden en de nachtschoot uitgedraaid wordt.

In een cilinder zijn diverse onderdelen van hardstaal gebruikt, zodat deze beschermd is tegen uitboren.

SKG3 cilinders zijn tevens beschermd tegen kerntrekken. Dit komt door het gebruik van hardere pallen. Bij duurder uitgevoerde cilinders wordt soms gebruik gemaakt van hardstalen onderbalken. Deze voorkomen het afbreken en uittrekken van de cilinder.

Sommige cilinders hebben ook een paniekfunctie of noodfunctie. Als er een sleutel aan de binnenzijde van de cilinder zit, kan de deur toch geopend worden.